voor Holten, door Holten

Bison Priscus de steppenwisent

Waar is mijn kudde? Ik sta hier alleen
Waar zijn mijn koeien, waar zijn ze toch heen
Ik volgde een beer, die een kalf had belaagd
Die heb ik al briesend ver ’t bos ingejaagd
‘k Verlang naar mijn kudde! Hoe vind ik die hoe?
Ik loei van verlangen; haboe haboe
Want ik wil naar mijn kudde; haboe haboe

Ik hoor bij mijn kudde die ergens verdween
Straks wordt ’t donker en ik ben alleen
Sterk ben ik wel, maar alles is zo naar
En als ik hier blijf, dreigt de kudde gevaar
‘k Verlang naar mijn kudde! Hoe vind ik die hoe?
Ik loei van verlangen; haboe haboe
Want ik wil naar mijn kudde; haboe haboe